zaterdag 2 augustus 2014

Hoe zit het dan met mijn tweelingziel?

Hier onder een mooie tekst over tweelingzielen. Er wordt in verklaard waarom het proces met je tweelingziel zo heftig kan zijn. Omdat alle nog te leren lessen in 1 persoon zitten. De les van mijn tweelingziel die ik hem steeds spiegel is gelijkwaardigheid en hij spiegelt mij dat ik het waard ben om van te houden. Omdat we het zo nog niet voelen wordt het dus in negatieve zin gespiegeld.

We hebben het niet goed aangepakt samen. We hebben elkaar niet geaccepteerd zoals we zijn waardoor de ontstane afstand is gecreëerd. Het is jammer dat het tot dit punt is gekomen. En ik weet dat dit nu niet gaat veranderen. Zijn ego en het ego van zijn relatie hebben zich gebundeld. Zij weten hoe het zit en ik wordt nu gezien als een bedreiging. Beide weten ze dat het onoverkomelijk is, we worden op een dag weer naar elkaar toe gezogen. Gisteren zei iemand tegen me "M. kan alleen via zijn eigen weg bij jou komen... hij heeft de ruimte nodig om die weg af te leggen". En dat is precies wat het is. En daarnaast kreeg ik gisteren van Ben een tekst over tweelingzielen. Het gevoel van jezelf geamputeerd voelen zoals ik dat laatst naar hem vernoemde door geen contact te hebben werd ook beschreven als niet genoeg van jezelf houden. Nog steeds niet genoeg, dus er is nog meer. Wat een fijne gedachte is dat.

Heel soms, na het lezen van een tekst over tweelingzielen die niet door een tweelingziel geschreven is komt er de gedachte naar boven dat wanneer je volledig in liefde bent met jezelf je misschien niet meer de behoefte hebt samen te smelten met je tweelingziel. Maar meteen daarna begint mijn hoofd van links naar rechts te bewegen. Nee, dat is niet waar het om gaat. Het is juist de bedoeling dat je samen komt. Je hebt immers een opdracht mee gekregen, een missie. En die dient volbracht te worden. Niemand die het gevoel niet doorleeft kan werkelijk begrijpen waar deze verbinding om gaat, wat er in je omgaat. Dat immense gevoel van liefde, dat kan een mens die het niet voelt niet vatten. Ook al geloven ze je wel als je zegt dat het niet in woorden te bevatten is, er wordt toch op gereageerd als of het iets is waar je je overheen kunt zetten. Wordt gezien als welke andere vorm van aardse liefde ook. Een glimlach komt op mijn gezicht. Het is veel mooier dan dat.

En dat het zo werkt merk ik aan mijn omgeving. Wat zijn ze blij dat ik iemand ben tegen gekomen met wie ik nu een leuke tijd beleef. Mijn bliksemafleider die me in de paar dagen dat we echt diep contact hebben al zoveel geleerd heeft zonder dat hij het in de gaten heeft.
      ______________________________________________________________________

Gebaseerd op de hechtingstheorie van John Bowlby, heb je in de vorige hoofdstukjes kunnen lezen hoe wij mensen ervaren, hoe een verkeerde hechting zich kan uiten, hoe onze persoonlijkheid evolueert en hoe anderen angst kunnen triggeren. Het leert ons hoe wij, emotionele wezens zijnde, en dan nog hoofdzakelijk angstige wezens, onze persoonlijkheid ontwikkelen en nood hebben aan zogenaamde zielsverwanten.

 Zielsverwanten kunnen een absolute verbetering meebrengen in je leven en een verrijking zijn voor jou op diverse vlakken. Ze kunnen jouw leven veel gelukkiger maken en jouw zelfvertrouwen een boost geven, waardoor het heel nuttig is dergelijke mensen te zoeken en je er mee te omringen.
Maar soms doet er zich nog een heel ander fenomeen voor.

Sommigen ontmoeten een hele speciale persoon. Het is een bijzondere ontmoeting die hen overkomt op een speciaal moment in hun leven.

Er zijn dingen gebeurd die hen erg doen twijfelen aan henzelf, ze zitten op een dieptepunt, ze voelen zich voor de zoveelste keer afgewezen, ze hebben te veel mislukkingen meegemaakt, enz. …en hun afweersystemen en methoden om frustraties te verwerken, wat men ook copingsystemen noemt, lijken in duigen te vallen.

Hun ego is niet meer afgeschermd en is als het ware aangetast.
Op dat moment is hun persoonlijkheid heel erg kwetsbaar. Ze komt als het ware bloot te liggen, zonder coping-mogelijkheden. Hun manier van “zijn” wankelt…
en dan ontmoeten zij die bijzondere persoon waarin zij zodanig veel stukken van zichzelf herkennen, dat het bijna overkomt alsof zij bijeen horen, alsof zij twee delen van één geheel zijn.
Dit noemt men een “tweelingziel”.

Soms lijkt het alsof zij in een spiegel kijken…soms is het alsof zij elkaar woordeloos aanvoelen…soms lijkt het alsof zij door een onzichtbare band verbonden zijn…soms lijkt het alsof zij door eenzelfde energiebron gevoed worden…soms voelt het aan alsof zij één zijn…soms lijken ze te passen als een hand en een handschoen….soms is het alsof zij net met dezelfde dingen bezig zijn of dezelfde interesses hebben op het zelfde moment.
Tezelfdertijd lijkt het alsof het de meest confronterende ontmoeting ooit in hun leven is.
De ontmoeting zélf kan héél heftig aanvoelen, alsof de ene tegen de andere aansmakt, of ze kan net eerder groeien naar eenheid.

Het kan aanvoelen alsof de ene hoog zit en de andere laag, en zij naar elkaar, naar een middelpunt toe, gezogen worden.
Sommigen spreken van “een blikseminslag”, “een meteorietinslag”, “een elektrische stroomstoot”…
anderen hebben het gevoel “thuis te komen”…
Soms is het als grote onrust…
Soms is de ene gewoon stomverbaasd dat er iemand blij is met hem of haar…
In elk geval is het een zodanige herkenning dat het lichamelijk aangevoeld wordt.

Tussen de twins onderling is het aanvoelen dus niet persé gelijk. De ene kan het gevoel krijgen dat zijn wereld op zijn kop gezet wordt, terwijl de andere eerder onrust ervaart. Of ander mogelijkheden.
Soms is de herkenning duidelijk voor de ene en komt de andere er maar toe naar verloop van tijd.
In een eerste fase kan die herkenning een gevoel van intense blijheid, van intense liefde, en ook een intens gevoel van vertrouwen wakker maken.
Maar, paradoxaal genoeg, roept het ook grote angsten op : angst voelen kloppen in de keel in de nabijheid van de ander, of slecht slapen en vaak wakker komen rond 4 uur ‘s nachts als teken van angst. Of heel onrustig worden.
Niet weten wat aanvangen met die heftige gevoelens…

Hun grootste angst is in feite dat ook deze tweelingziel uiteindelijk “zal zijn zoals alle anderen”. Ze wachten angstig af tot het bewijs zal geleverd zijn dat deze “grote liefde” eveneens niet te vertrouwen blijkt, dat deze hen niet zal aanvaarden zoals ze zijn.
Deze mensen worden als het ware teruggekatapulteerd naar hun oorspronkelijke kinderlijke angst van onveiligheid. Zij hadden toen nood aan de beschermende, veilige zorgfiguren nl. hun ouders, die hen met onvoorwaardelijke liefde moesten aantonen hoe waardevol hun unieke persoon wel is, maar waar het door omstandigheden mis liep.

En hier is ineens een persoon in wie zij zoveel herkennen dat zij plots een basisgevoel van veiligheid ondervinden waardoor zij zich er aan hechten en het hele hechtingsproces opnieuw doormaken.
Het enige verschil is dat zij het beiden doormaken tezelfdertijd en dus elk om beurt ahw de ouderlijke rol op zich nemen. Zij moeten dus bij elkaar de “foutjes” in het hechtingsproces herstellen, vandaar dat hun aanvoelen verschillend kan zijn volgens wat er verkeerd liep, of hoe hechtingspatroon in elkaar zit (zie hoofdstuk “Hechting” in de uiteenzetting “Hechting, het vinden van je ware zelf”), of hoe hun persoonlijkheid is.

Telkens angst opduikt over hunzelf zullen zij dit uitwerken op die tweelingziel. Deze kan hen tot rust brengen en hun angst verminderen, totdat zij uiteindelijk zelf hun angst leren reguleren zonder de andere nodig te hebben, zonder daarbij het gevoel te hebben dat hun persoonlijkheid afgewezen wordt, of dat zij deze moeten veranderen.
Veilig hechten betekent immers : groeien naar onafhankelijkheid.

Tweelingzielen hebben niet de behoefte elkaar te willen veranderen. Of beter gezegd : zij leren om te gaan met het feit dat je een ander niet kunt veranderen.
Het is een vorm van onvoorwaardelijke liefde. De andere laten zijn wie hij is en hoe hij is, hoe hij omgaat met frustraties en problemen.
De persoonlijkheid kan zich ontwikkelen in veiligheid van aanvaarding door de andere.
Eens de eerste fase van basisangst voorbij concluderen zij als het ware dat de andere te vertrouwen is en proberen zij hun eigen persoonlijkheid op te bouwen, als het ware open te vouwen.
Maar dan gaan de verlangens van de ene botsen met verlangens van de andere.
Opgestapelde frustraties komen naar boven en worden uitgewerkt op de tweelingziel.

Het verlangen komt op om deze persoon te laten “jouw leven goed maken”, die twin te laten reageren zoals jij zou willen, zoals jij zou nòdig hebben. Echter, een andere persoon kan niet verantwoordelijk zijn voor joùw geluk, alleen jijzélf bent verantwoordelijk en je moet jezelf gelukkig maken.
Je hebt de indruk dat je de twin nodig hebt, maar het is een poging om jezelf gewaardeerd te voelen door van de ander een bepaalde reactie te verwachten.
Het heeft allemaal te maken wat deze mensen gewoon zijn : hun manier van afweren van frustraties, hun manieren van reageren op het “zijn” van een andere persoon…
Zij hebben dit vroeger verkeerd aangeleerd via de verkeerde signalen van hun hechtingsfiguren. Ze hebben een soort “tekort” opgelopen.

Ze voelden zich niet aanvaard, of niet gewenst, of hadden de indruk dat ze nooit het juiste deden en kregen zo een onveilig gevoel, een angst.
Hun persoonlijkheid geraakte daardoor niet volledig ontplooid en in plaats van coping met frustraties werden zij nog extra gefrustreerd doordat hun reacties, hun manier van afweer niet werd geaccepteerd. Daardoor werd afweer te véél versterkt.
Of zij raakten verstrikt in het spel van revanche om steeds opnieuw te proberen aanvaard te worden zoals ze zijn : zij vallen, zowel voor een liefdesrelatie of voor vriendschappen , op personen met kenmerken die hen herinneren aan hun ouders en ze proberen “het spel opnieuw te spelen” met de hoop dat het deze keer goed zal aflopen voor hen.
Het is een vorm van anderen willen veranderen.

Tweelingzielen leren dat je een ander niet kunt veranderen, alleen jezelf kun je “veranderen”, al is dat ook relatief : stelselmatig moeten die té extreme afweersystemen afgebroken worden of het verkeerd functioneren afgebouwd worden, en het zelfvertrouwen terug opgebouwd. Met andere woorden : zij leren zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn, met ambetante kantjes, zoals iedereen er wel heeft .
In die fase merken tweelingzielen vaak het voorkomen van paradoxale gevoelens, wat het onbegrijpelijker maakt : enerzijds heel dicht willen aanplakken en tezelfdertijd heel hard willen weglopen…
Zowel rust en onrust voelen in elkaars nabijheid.
Als het ware geen énkele ambetante trigger voelen en tezelfdertijd massaal getriggerd worden in de grootste angst.

Enerzijds zoveel gelijkenissen opmerken dat het is alsof je jezélf ziet, anderzijds opmerken dat de andere net andersom reageert dan je had verwacht, alsof je kijkt in een spiegel naar je identieke spiegelbeeld dat toch het omgekeerde is van jezelf.
Net willen dichter komen als de ander verder wil gaan staan.
Moeilijke zaken blijken makkelijk en vice versa.
Aan de ene kant als het ware alles begrijpen van de andere en tezelfdertijd niet begrijpen waarom sommige dingen moeilijk zijn.

Dit kenmerkt zich door een fase van heel erg aantrekken en heel erg afstoten.
Afhankelijk van waar het fout liep in het oorspronkelijke hechtingsproces reageren zij immers anders.
Is men bijv op een bepaald moment bang dat men zichzelf niet zal kunnen zijn, dat men “geen adem zal krijgen” door liefde (te verstikkende en aanklampende ouder) dan zal wegduwen de bovenhand nemen.
Is men daarentegen angstig dat men niet aanvaard wordt zoals men is ( te weinig aandacht van de ouder) dan zal aanklampen de voornaamste rol spelen.
Hier kunnen varianten zich afwisselen aangezien de twee ouders soms verschillend reageerden naar hun kind toe.

Aangezien de afzonderlijke systemen op elkaar inwerken, dat de ene twin dus angsten van de andere twin triggert, komen de tweelingzielen nogal eens in een momenten van te willen wegvluchten van deze angsten, dus ook van elkaar.
Dit is een lastige fase, en maakt het voor velen moeilijk om de tweelingzielrelatie in stand te houden.
Ineens kan het lijken alsof ook de twin jou dezelfde pijn van vroeger bezorgt , en wil je op dezelfde manier reageren als je altijd hebt gedaan.
Het lijkt in deze fase alsof je je twin niét meer herkent. Je ziet kanten van zijn of haar persoonlijkheid die je herinneren aan oude kwetsuren en je zou die persoon willen ànders doen reageren, dus veranderen…en dat gaat niet.

Ook voor de andere kom jij dan op dat moment anders over, en probeert die zichzelf staande te houden en zichzelf geaccepteerd te voelen, zoals hij of zij is.
Alhoewel zij altijd ook weer naar elkaar toe gezogen worden, is deze paniekerige fase zwaar.
De kunst bestaat erin je angst los te laten en te vertrouwen op je tweelingziel.
Wat ook de toekomst brengt, het zal het beste zijn voor jòu. Die tweelingziel past immers zo perfect om jouw persoonlijkheid te ontwikkelen dat altijd het beste voor jouw persoon zal uit de bus komen.
Loslaten betekent niet elkaar mijden en proberen te vergeten, het betekent doordrongen geraken van het feit dat je angst ongegrond is.

Het betekent volledig vertrouwen dat het hier gaat om een pure vorm van liefde die gewoon niet kàn nefast voor elk van jullie zijn, dat het hier gaat om jouw persoonlijkheid te kunnen ontplooien in veiligheid en acceptatie en ook de andere zich laten ontplooien in veiligheid en acceptatie van jouwentwege.
Zoals ook beschreven in “Hechting, hoofdstuk 12 tweelingzielen” moet je heel hard werken aan jezelf en voort vertrouwen hebben in je tweelingziel, zelfs als die de indruk geeft je te willen wegduwen of, omgekeerd, je te veel wil aanklampen.

Leren vertrouwen.
Leren elkaar loslaten zonder elkaar te verliezen, dwz zonder weer de boodschap te ontvangen : jij bent niet waardevol, jij bent niet o.k., jij bent het niet waard bemind te worden.
Dit nieuwe hechtingsproces wist op die manier een heleboel van de verkeerd gelopen hechting uit.
Het tweelingzielproces is een herbeleving van hechting . Daardoor leer je enerzijds van het ‘voorbeeld’ die de ander je geeft, en anderzijds leer je jouw eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, die toch weer anders is dan die van die andere, van je tweelingziel.
Je eigen persoonlijkheid kan zich maar ontwikkelen door op een bepaald moment niet afhankelijk meer te zijn van elkaar, maar dan zonder het vertrouwen in elkaar te verliezen. Iedereen is immers een uniek, waardevol persoon en moet daar voor zichzelf van overtuigd zijn.

Een tweelingziel leert jou dat je je niet alleen op de wereld hoeft te voelen maar dat je wél een individu bent op zich, los van elk ander.
“Hechting” betekent uiteindelijk niet meer afhankelijk zijn, dus de andere kunnen loslaten zonder jezelf te verliezen, zonder jezelf waardeloos te voelen.
En gaandeweg leer je omgaan met frustraties, die constant door andere mensen veroorzaakt worden , en waar je voorheen niet goed weg mee kon , waar je niet op een voor jou goede manier kon op reageren.

Door je twin wordt je geconfronteerd met hoe je in elkaar zit, waar je van houdt en wat je niét graag hebt, welke angsten diep in jou leven, en hoe je ze kunt verminderen…
Het is een biezonder harde en beangstigende les in leren vertrouwen op een ander en daardoor ook onvermijdelijk meer vertrouwen krijgen in jezelf : ”Ik ben tòch de moeite waard!”
Het is jezelf leren waarderen. Het is uiteindelijk leren houden van jezelf.
Het is een zwaar proces, omdat wat in het begin fout gelopen is, nog verzwaard werd door ervaringen door de jaren heen.

Het is lastig omdat ook je beide ouders als het ware in de twin vertegenwoordigd zijn, zodat je aan verschillende triggers wordt blootgesteld.
Het komt veel heftiger over omdat wat anderen bij stukjes en beetjes vinden bij verschillende mensen, het geloof in jezelf en de waardering van je persoonlijkheid, bij jou geconcentreerd is in één persoon.

Is het lastig om voldoende afstand te nemen, dan kunnen zielverwanten jou helpen voor steun in deze fase . Meestal zal men ook in staat blijken om gemakkelijker zielsverwanten te vinden dan vroeger, aangezien een aantal dingen precies veel duidelijker zullen zijn door het feit dat jouw persoonlijkheid geleidelijk kan openbloeien en je dus een veel betere kijk hebt op jezelf en wat je nodig hebt.

Uiteindelijk zal elke twin zichzelf kunnen zijn, want ondanks de indruk van gelijken op elkaar, zijn tweelingzielen twee individuen, twee verschillende persoonlijkheden.
Aangezien de term “tweelingziel” betekent dat je het hechtingsproces met je ouders herbeleefd, is dit een unicum. Je kunt dit maar één kéér meemaken, dus maar één “tweelingziel” tegenkomen.
Dit in tegenstelling tot de term “zielsverwanten”, waarvan je er meerdere kunt ontmoeten, zelfs mensen die maar tijdelijk in je leven aanwezig zijn.
Volgens mij kunnen verschillende mensen in aanmerking komen om je tweelingziel te zijn, maar enkel diegene die in je leven “verschijnt” op het juiste moment, wanneer je er als het ware klaar voor bent om het proces te doorlopen, diégene wordt je werkelijke twin.
Of tweelingzielen uiteindelijk een partnerrelatie aangaan is mijns inziens afhankelijk van hoe de oorspronkelijke hechting verkeerd liep. Dat bepaalt in welke vorm de tweelingzielrelatie uiteindelijk gegoten wordt.

Het blijft dan ook belangrijk te vertrouwen op het feit dat automatisch het beste voor jou je zal toevallen.
Net het feit dat er niks zéker is, verplicht jou om aan jezelf te werken. Anders kon je gewoon zitten afwachten, maar zo zit een tweelingzielrelatie niet in elkaar.
Een persoon ontmoeten waar iemand zich zo in alle veiligheid kan aan hechten lijkt bijna een uniek gebeuren maar toch komt het vrij vaak voor. Misschien heb jij, lezer, het meegemaakt en wil jij nog een opmerking kwijt? Dat kan in het vakje onderaan.
Opmerking : Het wordt niet gepubliceerd indien je vermeldt dat je dat liever niet hebt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten